bio
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˈbijoBetekenis
- korte beschrijving van de levensloop
- aanduiding voor het schoolvak of wetenschapsgebied waarin de levende natuur wordt bestudeert
- ecologisch verantwoord, natuurvriendelijk
- bioscoop
- natuurlijk, biologisch
- opnieuw
Hoe spreek je bio uit?
/ˈbijo/
Bio bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| i | riet |
| j | ja |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bio's | enkelvoud |
| biootje | verkleinwoord |
| biootjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
zn [1]: (verkorting) biografie
Woordfamilie van bio
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bio's | enkelvoud | bio |
| biootje | verkleinwoord | bio |
| biootjes | verkleinwoord | bio |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bio zijn vastgelegd.