bijkerk
zelfstandig naamwoord 'bɛɪkɛrkBetekenis
- een kerkgebouw van een parochie (of kerkgemeente) dat niet de hoofdkerk van die parochie is
Hoe spreek je bijkerk uit?
/ˈbɛikɛrk/
Bijkerk bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛi | trein |
| k | kat |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bijkerken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bij bw en kerk zn
Woordfamilie van bijkerk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijkerken | meervoud | bijkerk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijkerk zijn vastgelegd.