Bijbellezing
zelfstandig naamwoord 'bɛɪbəlezɪŋBetekenis
- (onderdeel van een) bijeenkomst waar een deel van de Bijbel wordt voorgelezen
- de keer dat men in de Bijbel leest
Hoe spreek je Bijbellezing uit?
/ˈbɛibəlezɪŋ/
Bijbellezing bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛi | trein |
| ə | de |
| l | land |
| e | veel |
| z | zon |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- bijeenkomst waar een deel van de Bijbel wordt voorgelezen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| Bijbellezingen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van Bijbel zn en lezing zn
Woordfamilie van Bijbellezing
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| Bijbellezingen | meervoud | Bijbellezing |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van Bijbellezing zijn vastgelegd.