bigband
zelfstandig naamwoord ˈbɪɡbɛntBetekenis
- jazzorkest bestaande uit ongeveer 12 tot 25 muzikanten en omvat saxofoons, trompetten, trombones en een ritmesectie
Hoe spreek je bigband uit?
/ˈbɪgbɛnt/
Bigband bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɪ | pit |
| g | goal |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bigbands | meervoud |
Herkomst
uit het Engels
Woordfamilie van bigband
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bigbands | meervoud | bigband |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bigband zijn vastgelegd.