bezoektijd
zelfstandig naamwoord bə'zuktɛɪtBetekenis
- de periode dat het toegestaan is om een patiënt in een ziekenhuis of verpleeginrichting te bezoeken
- de periode dat het toegestaan is om een inrichting te bezoeken
Hoe spreek je bezoektijd uit?
/bəˈzuktɛit/
Bezoektijd bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| z | zon |
| u | boek |
| k | kat |
| t | tak |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bezoektijden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bezoeken ww en tijd zn
Woordfamilie van bezoektijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bezoektijden | meervoud | bezoektijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bezoektijd zijn vastgelegd.