bezoekrecht
zelfstandig naamwoord bə'zukrɛxtBetekenis
- het recht van een gescheiden ouder aan wie het kind niet is toegewezen om dit kind te bezoeken, tegenwoordig is dit begrip vervangen door het omgangsrecht
- het recht van een gevangene om bezoek te ontvangen
Hoe spreek je bezoekrecht uit?
/bəˈzukrɛxt/
Bezoekrecht bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| z | zon |
| u | boek |
| k | kat |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- het recht van een gescheiden ouder aan wie het kind niet is toegewezen om dit kind te bezoeken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bezoekrechten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bezoek zn en recht zn
Woordfamilie van bezoekrecht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bezoekrechten | meervoud | bezoekrecht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bezoekrecht zijn vastgelegd.