bescheten
bijvoeglijk naamwoord, werkwoordBetekenis
- laf, gebrek aan moed tonend
- bedrogen, niet gekregen hebbend wat men verwachtte
- beroerd, in slechte toestand verkerende
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van beschijten
- voltooid deelwoord van beschijten
Vervoeging van bescheten
beschetenhele werkwoord
Herkomst
*vervoeging van beschijten: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs) maar met een klinkerwisseling ij-ee (IPAː /ɛi/ - /e/)