beroepsrechter
zelfstandig naamwoord bə'rupsrɛxtərBetekenis
- de rechter die het beroep afhandelt
Hoe spreek je beroepsrechter uit?
/bəˈrupsrɛxtər/
Beroepsrechter bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| r | rood |
| u | boek |
| p | pak |
| s | sok |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| beroepsrechters | meervoud |
Herkomst
samenstelling van beroep en rechter met het invoegsel -s-
Woordfamilie van beroepsrechter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beroepsrechters | meervoud | beroepsrechter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beroepsrechter zijn vastgelegd.