beroepspraktijk
zelfstandig naamwoord bə'rupsprɑktɛɪkBetekenis
- dagelijkse praktijk van de beroepsuitoefening
Hoe spreek je beroepspraktijk uit?
/bəˈrupsprɑktɛik/
Beroepspraktijk bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| r | rood |
| u | boek |
| p | pak |
| s | sok |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| t | tak |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| beroepspraktijken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van beroep en praktijk met het invoegsel -s-
Woordfamilie van beroepspraktijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beroepspraktijken | meervoud | beroepspraktijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beroepspraktijk zijn vastgelegd.