beroepskracht
zelfstandig naamwoord bə'rupskrɑxtBetekenis
- persoon die beroepshalve een betaalde functie vervult
Hoe spreek je beroepskracht uit?
/bəˈrupskrɑxt/
Beroepskracht bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| r | rood |
| u | boek |
| p | pak |
| s | sok |
| k | kat |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| beroepskrachten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van beroep en kracht met het invoegsel -s-
Woordfamilie van beroepskracht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beroepskrachten | meervoud | beroepskracht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beroepskracht zijn vastgelegd.