Berlijner
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord bɛr'lɛɪnərBetekenis
- een inwoner van Berlijn, of iemand afkomstig uit Berlijn
- op Berlijn betrekking hebbend
Hoe spreek je Berlijner uit?
/bɛrˈlɛinər/
Berlijner bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| l | land |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| Berlijners | meervoud |
Herkomst
Afgeleid van Berlijn met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van Berlijner
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| Berlijners | meervoud | Berlijner |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van Berlijner zijn vastgelegd.