belkaart
zelfstandig naamwoord 'bɛlkartBetekenis
- kaart (met chip) die men koopt en waarmee men voor een bepaald bedrag kan telefoneren
Hoe spreek je belkaart uit?
/ˈbɛlkart/
Belkaart bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛ | bed |
| l | land |
| k | kat |
| a | maan |
| r | rood |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| belkaarten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bel ww en kaart
Woordfamilie van belkaart
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| belkaarten | meervoud | belkaart |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van belkaart zijn vastgelegd.