beleidsvrijheid
zelfstandig naamwoord bə'lɛɪtsfrɛɪhɛɪtBetekenis
- bijvoorbeeld door te besluiten geen vergunning te verlenen; situatie waarin de wet niet voorschrijft wanneer een bevoegdheid tot een bepaalde rechtshandeling van een bestuursorgaan moet leiden
Hoe spreek je beleidsvrijheid uit?
/bəˈlɛitsfrɛihɛit/
Beleidsvrijheid bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| l | land |
| ɛi | trein |
| t | tak |
| s | sok |
| f | fiets |
| r | rood |
| h | hoed |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- vrijheid van een bestuursorgaan om — na afweging van belangen — af te zien van het gebruik van een bepaalde bevoegdheid, bijvoorbeeld door te besluiten geen vergunning te verlenen; situatie waarin de wet niet voorschrijft wanneer een bevoegdheid tot een bepaalde rechtshandeling van een bestuursorgaan moet leiden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| beleidsvrijheden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van beleid en vrijheid met het invoegsel -s-
Woordfamilie van beleidsvrijheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beleidsvrijheden | meervoud | beleidsvrijheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beleidsvrijheid zijn vastgelegd.