belastingschijf
zelfstandig naamwoord bə'lɑstɪŋsxɛɪfBetekenis
- een deel van het inkomen (dat tussen de onder- en bovengrens van de belastingschijf zit) waarover men een vast belastingtarief betaalt
Hoe spreek je belastingschijf uit?
/bəˈlɑstɪŋsxɛif/
Belastingschijf bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| l | land |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| x | acht |
| ɛi | trein |
| f | fiets |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| belastingschijven | meervoud |
Herkomst
samenstelling van belasting zn en schijf zn
Woordfamilie van belastingschijf
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| belastingschijven | meervoud | belastingschijf |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van belastingschijf zijn vastgelegd.