beige
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˈbɛːʒəBetekenis
- een geelbruine kleur met RAL-nummer 1001.
- deze geelbruine kleur hebbend, een geelbruine kleur, met RAL-nummer 1001.
- beige, een kleur met RAL-nummer 1001
- een kleur met RAL-nummer 1001
Hoe spreek je beige uit?
/ˈbɛʒə/
Beige bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛ | bed |
| ʒ | journaal |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- lichtgrijsachtig geelbruine kleur, zoals die van onbewerkt linnen
- tint geel met RAL-nummer 1001 ( ) no-plural
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| beiges | meervoud |
bijvoeglijk naamwoord
- met een grijsachtig geelbruine kleur, zoals die van onbewerkt linnen
- in een tint geel met RAL-nummer 1001 ( )
Herkomst
van Frans beige, in de betekenis van ‘grijsachtig geel of bruin’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1897 **[2] als vertaling van Duits Beige
Woordfamilie van beige
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beiger | woordvorm | beige |
| beigere | woordvorm | beige |
| beigers | woordvorm | beige |
| beiges | meervoud | beige |
| beigest | woordvorm | beige |
| beigeste | woordvorm | beige |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beige zijn vastgelegd.