behuisd
werkwoord, bijvoeglijk naamwoord bə'hœystBetekenis
- behuisd zijn: van een woning of gebouw voorzien zijn met de ~~ eigenschap
- voorzien zijn van een huis
Hoe spreek je behuisd uit?
/bəˈhœyst/
Behuisd bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| h | hoed |
| œy | huis |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van behuizen
Vervoeging van behuisd
behuisdhele werkwoord
bijvoeglijk naamwoord
- ~~ behuisd zijn: van een woning of gebouw voorzien zijn met de ~~ eigenschap
Herkomst
*vervoeging van behuizen: de stam met de uitgang -d, zonder ge- vanwege voorvoegsel
Woordfamilie van behuisd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| behuisds | woordvorm | behuisd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van behuisd zijn vastgelegd.