begrotingsoverschot
zelfstandig naamwoord bə'ɣrotɪŋsovərsxɔtBetekenis
- een financiële planning waarbij men denkt meer geld te ontvangen dan uit te geven
- het daadwerkelijk meer geld ontvangen dan uitgeven zodat men de schulden kan doen verminderen of de belasting verlagen
Hoe spreek je begrotingsoverschot uit?
/bəˈxrotɪŋsovərsxɔt/
Begrotingsoverschot bestaat uit zes lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| x | acht |
| r | rood |
| o | boot |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| s | sok |
| v | vis |
| ɔ | bot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| begrotingsoverschotten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van begroting zn en overschot zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van begrotingsoverschot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| begrotingsoverschotten | meervoud | begrotingsoverschot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van begrotingsoverschot zijn vastgelegd.