bedrijfstijd
zelfstandig naamwoord bə'drɛɪfstɛɪtBetekenis
- de tijd dat een bedrijf effectief produceert
- de tijd dat iets echt in gebruik is
- de duur dat iets gebruikt kan worden
Hoe spreek je bedrijfstijd uit?
/bəˈdrɛifstɛit/
Bedrijfstijd bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| d | dak |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| f | fiets |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bedrijfstijden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bedrijf en tijd met het invoegsel -s-
Woordfamilie van bedrijfstijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bedrijfstijden | meervoud | bedrijfstijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bedrijfstijd zijn vastgelegd.