basilica
zelfstandig naamwoord baˈzilikaBetekenis
- (rooms-katholiek) eretitel toegekend aan kerkgebouwen die van bijzondere religieuze betekenis zijn
- (christelijk) kerkgebouw met klassieke vorm, waarbij een hoger schip (middendeel) links en rechts door zuilenrijen is gescheiden van zijbeuken en een halfronde uitbouw aan de korte kant die traditioneel naar het oosten is gericht Vaak worden aan deze basisvorm een transept en een toren toegevoegd.
- in de Romeinse tijd een gebouw voor handel en rechtspraak dat een rechthoekige vorm had met een middendeel dat links en rechts door zuilenrijen was gescheiden van de zijbeuken en dat vaak een halfronde uitbouw aan de korte kant had
- zuilenhal, een grote hal waar recht gesproken werd en kooplieden handel dreven
- basiliek
Hoe spreek je basilica uit?
/baˈzilika/
Basilica bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| a | maan |
| z | zon |
| i | riet |
| l | land |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- eretitel toegekend aan kerkgebouwen die van bijzondere religieuze betekenis zijn
- kerkgebouw met klassieke vorm, waarbij een hoger schip (middendeel) links en rechts door zuilenrijen is gescheiden van zijbeuken en een halfronde uitbouw aan de korte kant die traditioneel naar het oosten is gericht Vaak worden aan deze basisvorm een transept en een toren toegevoegd.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| basilica's | meervoud |
Herkomst
van Latijn basilica
Woordfamilie van basilica
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| basilica's | meervoud | basilica |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van basilica zijn vastgelegd.