banketbakkersspijs
zelfstandig naamwoord bɑŋ'kɛdbɑkərspɛɪsBetekenis
- een variant op amandelspijs, waarbij geen geplette amandelen tijdens het bereiden gebruikt worden, maar geplette abrikozenpit|abrikozen- of perzikpitten.
Hoe spreek je banketbakkersspijs uit?
/bɑŋˈkɛdbɑkərspɛis/
Banketbakkersspijs bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| ɛ | bed |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| s | sok |
| p | pak |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een variant op amandelspijs, waarbij geen geplette amandelen tijdens het bereiden gebruikt worden, maar geplette abrikozen- of perzikpitten.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| banketbakkersspijzen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van banketbakker en spijs met het invoegsel -s-
Woordfamilie van banketbakkersspijs
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| banketbakkersspijzen | meervoud | banketbakkersspijs |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van banketbakkersspijs zijn vastgelegd.