bandenlichter
zelfstandig naamwoord ˈbɑndə(n)lɪxtərBetekenis
- een stuk gereedschap geschikt om een buitenband van de velg te lichten
Hoe spreek je bandenlichter uit?
/ˈbɑndənlɪxtər/
Bandenlichter bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| l | land |
| ɪ | pit |
| x | acht |
| t | tak |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bandenlichters | meervoud |
Herkomst
samenstelling van band zn en lichter zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van bandenlichter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bandenlichters | meervoud | bandenlichter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bandenlichter zijn vastgelegd.