bakkie
zelfstandig naamwoord ˈbɑkiBetekenis
- toestel voor het zenden en ontvangen van radiosignalen in de 27 MHz-band, die gebruikt kan worden door particulieren
- kopje of schoteltje voor warme drank
- kopje koffie
- zijspan van een motorfiets
- pick-up
Hoe spreek je bakkie uit?
/ˈbɑki/
Bakkie bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- alleen verkleinwoord toestel voor het zenden en ontvangen van radiosignalen in de 27 MHz-band, die gebruikt kan worden door particulieren
- alleen verkleinwoord kopje of schoteltje voor warme drank informal
- alleen verkleinwoord kopje koffie informal
- alleen verkleinwoord zijspan van een motorfiets informal
Woordvorm
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord bak
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bakkies | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
afgeleid van bak zn met het achtervoegsel -ie, Hollandse uitspraak van "bakje"
Woordfamilie van bakkie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bakkies | verkleinwoord | bakkie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bakkie zijn vastgelegd.