baanbreker
zelfstandig naamwoord ˈbambrekərBetekenis
- iemand die nieuwe wegen en terreinen voor de maatschappelijke ontwikkeling, van kennis enz. ontsluit
- geniesoldaat
- iemand die probeert te overleven in tot nu toe niet geëxploreerde gebieden
Hoe spreek je baanbreker uit?
/ˈbambrekər/
Baanbreker bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| a | maan |
| m | maan |
| r | rood |
| e | veel |
| k | kat |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- persoon die wegen opent voor anderen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| baanbrekers | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘wegbereider’ voor het eerst aangetroffen in 1858
Woordfamilie van baanbreker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| baanbrekers | meervoud | baanbreker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van baanbreker zijn vastgelegd.