automatiek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een verkoopautomaat, in een automatiek ligt bereid voedsel op een servetje of kartonnetje achter glazen deurtjes, waar het warm wordt gehouden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| automatieken | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘hal voor verkoop van eetwaren in een automaat’ voor het eerst aangetroffen in 1940
Woordfamilie van automatiek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| automatieken | meervoud | automatiek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van automatiek zijn vastgelegd.