ausputzer
zelfstandig naamwoord 'ɔusputsərBetekenis
- vrije verdediger bij voetballen, maar tevens met de taak de bal mee naar voren te nemen
Hoe spreek je ausputzer uit?
/ˈɔusputsər/
Ausputzer bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| u | boek |
| s | sok |
| p | pak |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ausputzers | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘vrije verdediger (bij voetbal)’ voor het eerst aangetroffen in 1970
Woordfamilie van ausputzer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ausputzers | meervoud | ausputzer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ausputzer zijn vastgelegd.