Aswoensdag
zelfstandig naamwoord ˈaswunzdɑɣBetekenis
- (christendom) eerste dag van de veertig dagen durende vastentijd, en daarmee de eerste dag na carnaval
Hoe spreek je Aswoensdag uit?
/ˈaswunzdɑx/
Aswoensdag bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| s | sok |
| w | quiz |
| u | boek |
| n | nek |
| z | zon |
| d | dak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- eerste dag van de veertig dagen durende vastentijd, en daarmee de eerste dag na carnaval
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (Aswoensdagen) | meervoud |
Herkomst
samenstelling van as en woensdag , geschreven met een hoofdletter volgens spellingregel 16.L
Woordfamilie van Aswoensdag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| Aswoensdagen | meervoud | Aswoensdag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van Aswoensdag zijn vastgelegd.