astma
zelfstandig naamwoord ˈɑs(t)maBetekenis
- een ziekte die, door vernauwing van de luchtwegen, benauwdheid en hoestbuien veroorzaakt
- astma
- astma.
Hoe spreek je astma uit?
/ˈɑstma/
Astma bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| s | sok |
| t | tak |
| m | maan |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| astma's | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Grieks, in de betekenis van ‘aamborstigheid’ voor het eerst aangetroffen in 1538
Woordfamilie van astma
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| astma's | meervoud | astma |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van astma zijn vastgelegd.