aso
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˈasoBetekenis
- asociaal persoon, een maatschappelijk onaangepast iemand
- asociaal
- dag
- hond
- oor
Hoe spreek je aso uit?
/ˈaso/
Aso bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| s | sok |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aso's | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘asociaal persoon’ voor het eerst aangetroffen in 1987
Woordfamilie van aso
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aso's | meervoud | aso |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aso zijn vastgelegd.