arts-assistent
zelfstandig naamwoord ɑrtsɑsi'stɛntBetekenis
- een arts die zijn studie geneeskunde heeft afgerond en volledig bevoegd is, en in opleiding is tot specialist
Hoe spreek je arts-assistent uit?
/ɑrtsɑsiˈstɛnt/
Arts-assistent bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| r | rood |
| t | tak |
| s | sok |
| i | riet |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| arts-assistenten | meervoud |
| artsen-assistenten | meervoud |
Herkomst
(samenkoppeling) van arts en assistent
Woordfamilie van arts-assistent
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| arts-assistenten | meervoud | arts-assistent |
| artsen-assistenten | meervoud | arts-assistent |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van arts-assistent zijn vastgelegd.