arbeidsongeschiktheid
zelfstandig naamwoord ɑrbɛɪtsɔnɣə'sxɪkthɛɪtBetekenis
- het ongeschikt zijn om te werken (binnen het 'normale' bedrijfsleven)
Hoe spreek je arbeidsongeschiktheid uit?
/ɑrbɛitsɔnxəˈsxɪkthɛit/
Arbeidsongeschiktheid bestaat uit zes lettergrepen. De klemtoon ligt op de vijfde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| r | rood |
| b | bak |
| ɛi | trein |
| t | tak |
| s | sok |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| x | acht |
| ə | de |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| arbeidsongeschiktheden | meervoud |
Herkomst
afgeleid van arbeidsongeschikt met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van arbeidsongeschiktheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| arbeidsongeschiktheden | meervoud | arbeidsongeschiktheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van arbeidsongeschiktheid zijn vastgelegd.