arbeidsongeschikt
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- niet in staat zijn om te werken (binnen het 'normale' bedrijfsleven)
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| arbeidsongeschikte | verbogen, stellende trap |
| arbeidsongeschikter | onverbogen, vergrotende trap |
| arbeidsongeschiktere | verbogen, vergrotende trap |
| arbeidsongeschikters | partitief, vergrotende trap |
| arbeidsongeschikts | partitief, stellende trap |
| arbeidsongeschiktst | onverbogen, overtreffende trap |
| arbeidsongeschiktste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
samenstelling van arbeid en ongeschikt met het invoegsel -s-
Woordfamilie van arbeidsongeschikt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| arbeidsongeschikter | vergrotende trap | arbeidsongeschikt |
| arbeidsongeschiktere | verbogen vergrotende trap | arbeidsongeschikt |
| arbeidsongeschikters | partitieve vergrotende trap | arbeidsongeschikt |
| arbeidsongeschikts | partitive, positive | arbeidsongeschikt |
| arbeidsongeschiktst | uninflected, superlative | arbeidsongeschikt |
| arbeidsongeschiktste | inflected, superlative | arbeidsongeschikt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van arbeidsongeschikt zijn vastgelegd.