apothekersassistent
zelfstandig naamwoord apoˈtekərsɑsistɛntBetekenis
- een medewerker in de apotheek die het lopende werk doet. Het gaat hier om (eenvoudige) bereidingen, voorraadbeheer, het voorlichten van patiënten, het invoeren en verwerken van recepten (tenzij hierbij lastige vragen ontstaan)
Hoe spreek je apothekersassistent uit?
/apoˈtekərsɑsistɛnt/
Apothekersassistent bestaat uit zeven lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| p | pak |
| o | boot |
| t | tak |
| e | veel |
| k | kat |
| ə | de |
| r | rood |
| s | sok |
| ɑ | bad |
| i | riet |
| ɛ | bed |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| apothekersassistenten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van apotheker en assistent met het invoegsel -s-
Woordfamilie van apothekersassistent
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| apothekersassistenten | meervoud | apothekersassistent |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van apothekersassistent zijn vastgelegd.