apartheid
zelfstandig naamwoord aˈpɑrthɛɪtBetekenis
- de in Zuid-Afrika door de blanke overheid in het verleden opgelegde scheiding tussen de verschillende rassen
- het apart zijn
Hoe spreek je apartheid uit?
/aˈpɑrthɛit/
Apartheid bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| p | pak |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| t | tak |
| h | hoed |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| apartheden | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Afrikaans, in de betekenis van ‘rassenscheiding’ voor het eerst aangetroffen in 1961
Woordfamilie van apartheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| apartheden | meervoud | apartheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van apartheid zijn vastgelegd.