anus
zelfstandig naamwoord ˈanʏsBetekenis
- de opening aan het eind van de endeldarm en aan het eind van het spijsverteringskanaal waardoor afvalstoffen het lichaam verlaten
Hoe spreek je anus uit?
/ˈanʏs/
Anus bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| ʏ | put |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- opening aan het eind van de endeldarm en aan het eind van het spijsverteringskanaal waardoor afvalstoffen het lichaam verlaten
Herkomst
van Latijn anus, in de betekenis van ‘aars (bij mensen)’ voor het eerst aangetroffen in 1833
Woordfamilie van anus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ani | meervoud | anus |
| anusje | woordvorm | anus |
| anusjes | meervoud | anus |
| anussen | meervoud | anus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van anus zijn vastgelegd.