anticipatie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het vooruitlopen op iets
- het vervroegen van de rechtszitting
- beschikking over pas later inbare of vervallende bedragen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| anticipaties | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘het vooruitgrijpen’ voor het eerst aangetroffen in 1502
Woordfamilie van anticipatie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| anticipaties | meervoud | anticipatie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van anticipatie zijn vastgelegd.