animus
zelfstandig naamwoord ˈanimʏsBetekenis
- bezielende kracht
- algemene mannelijke gedachtepatronen in het onderbewustzijn van een vrouw
- ziel, geest
Hoe spreek je animus uit?
/ˈanimʏs/
Animus bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| i | riet |
| m | maan |
| ʏ | put |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- in de jungiaanse psychologie de mannelijke zijde van de vrouwelijke psyche
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| animussen | meervoud |
Herkomst
van Latijn animus **[2] uit het werk van de Zwitserse 20e eeuwse psycholoog C.G. Jung
Woordfamilie van animus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| animussen | meervoud | animus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van animus zijn vastgelegd.