ambachtsheerlijkheid
zelfstandig naamwoord ˈɑmbɑxtsherləkhɛɪtBetekenis
- de waardigheid van een ambachtsheer met de daaraan verbonden rechten
- het grondgebied of de landstreek, waarover de jurisdictie van deze ambachtsheer zich uitstrekt, het ambacht
Hoe spreek je ambachtsheerlijkheid uit?
/ˈɑmbɑxtsherləkhɛit/
Ambachtsheerlijkheid bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| m | maan |
| b | bak |
| x | acht |
| t | tak |
| s | sok |
| h | hoed |
| e | veel |
| r | rood |
| l | land |
| ə | de |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ambachtsheerlijkheden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van ambacht en heerlijkheid met het invoegsel -s-
Woordfamilie van ambachtsheerlijkheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ambachtsheerlijkheden | meervoud | ambachtsheerlijkheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ambachtsheerlijkheid zijn vastgelegd.