alto
zelfstandig naamwoord ˈɑltoBetekenis
- iemand met een meer op duurzaamheid gerichte levensstijl die zich zichtbaar niets aantrekt van mode en merken (vaak gebruikt als aanduiding voor jongere uit de tegencultuur)
- blaasinstrument met 3 of 4 ventielen en het mondstuk van een trompet, veel gebruikt in militaire muziek
- blaasinstrument in de vorm van een S-vormige, breder wordende buis met kleppen
- alt (zangeres)
- de stemligging van een altzangeres
- een alt-muziekinstrument, bv. altviool
- hoog
- lang
- luid
- altviool
Hoe spreek je alto uit?
/ˈɑlto/
Alto bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| l | land |
| t | tak |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand met een meer op duurzaamheid gerichte levensstijl die zich zichtbaar niets aantrekt van mode en merken
- blaasinstrument met drie of vier ventielen en het mondstuk van een trompet, veel gebruikt in militaire muziek
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| alto's | meervoud |
Herkomst
[1]: (verkorting) alternatief bn met het achtervoegsel -o
Woordfamilie van alto
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| alto's | meervoud | alto |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van alto zijn vastgelegd.