alertheid
zelfstandig naamwoord aˈlɛrthɛitBetekenis
- het alert zijn
Hoe spreek je alertheid uit?
/aˈlɛrthɛit/
Alertheid bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| l | land |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| t | tak |
| h | hoed |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- het alert zijn; het oplettend zijn
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| alertheden | meervoud |
Herkomst
Afgeleid van alert met het achtervoegsel -heid.
Woordfamilie van alertheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| alertheden | meervoud | alertheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van alertheid zijn vastgelegd.