aidsvaccin
zelfstandig naamwoord ˈetsfɑkˌsɛ̃Betekenis
- een middel dat ervoor zou moeten gaan zorgen dat iemand niet ziek wordt na besmetting met het hivvirus
Hoe spreek je aidsvaccin uit?
/ˈetsfɑkˌsɛ/
Aidsvaccin bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| e | veel |
| t | tak |
| s | sok |
| f | fiets |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| ɛ | bed |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aidsvaccins | meervoud |
Herkomst
samenstelling van aids zn en vaccin zn
Woordfamilie van aidsvaccin
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aidsvaccins | meervoud | aidsvaccin |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aidsvaccin zijn vastgelegd.