agrariër
zelfstandig naamwoord aˈɣrarijərBetekenis
- landbouwer
Hoe spreek je agrariër uit?
/aˈxrarijər/
Agrariër bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| x | acht |
| r | rood |
| i | riet |
| j | ja |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| agrariërs | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘landbouwer’ voor het eerst aangetroffen in 1888
Woordfamilie van agrariër
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| agrariërs | meervoud | agrariër |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van agrariër zijn vastgelegd.