agglomeratie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- grote stad met de daaraan vastgegroeide steden en dorpen
- stedelijk gebied
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| agglomeraties | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘opeenhoping’ voor het eerst aangetroffen in 1926
Woordfamilie van agglomeratie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| agglomeraties | meervoud | agglomeratie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van agglomeratie zijn vastgelegd.