agaat
zelfstandig naamwoord ˈaɣatBetekenis
- een doorzichtige, maar soms ook opake variëteit van trigonaal kwarts en een subvariëteit van chalcedoon
- een stenen voorwerp bestaande of vervaardigd uit 1
Hoe spreek je agaat uit?
/ˈaxat/
Agaat bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| x | acht |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- een stenen voorwerp bestaande of vervaardigd uit [1] masculine
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| agaatje | verkleinwoord, tweede persoon |
| agaatjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| agaten | enkelvoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kwartsgesteente’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van agaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| agaatje | verkleinwoord, 2e persoon | agaat |
| agaatjes | verkleinwoord | agaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van agaat zijn vastgelegd.