afzonderlijk
bijvoeglijk naamwoord ɑfˈsɔndərləkBetekenis
- op zichzelf staand
Hoe spreek je afzonderlijk uit?
/ɑfˈsɔndərlək/
Afzonderlijk bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| s | sok |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| l | land |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- op zichzelf staand; niet verbonden met andere personen of zaken
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afzonderlijke | verbogen, stellende trap |
| afzonderlijks | partitief, stellende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘op zichzelf staande’ voor het eerst aangetroffen in 1650
Woordfamilie van afzonderlijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afzonderlijke | verbogen vorm | afzonderlijk |
| afzonderlijks | partitive, positive | afzonderlijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afzonderlijk zijn vastgelegd.