afzichtelijk
bijvoeglijk naamwoord /ɑf'sɪxtələk/Betekenis
- zo lelijk dat men de neiging heeft de blik elders te richten
Hoe spreek je afzichtelijk uit?
/ɑfˈsɪxtələk/
Afzichtelijk bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| s | sok |
| ɪ | pit |
| x | acht |
| t | tak |
| ə | de |
| l | land |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afzichtelijke | verbogen, stellende trap |
| afzichtelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| afzichtelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| afzichtelijkers | partitief, vergrotende trap |
| afzichtelijks | partitief, stellende trap |
| afzichtelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| afzichtelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘wanstaltig’ voor het eerst aangetroffen in 1856
Woordfamilie van afzichtelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afzichtelijke | verbogen vorm | afzichtelijk |
| afzichtelijker | vergrotende trap | afzichtelijk |
| afzichtelijkere | verbogen vergrotende trap | afzichtelijk |
| afzichtelijkers | partitieve vergrotende trap | afzichtelijk |
| afzichtelijks | partitive, positive | afzichtelijk |
| afzichtelijkst | uninflected, superlative | afzichtelijk |
| afzichtelijkste | inflected, superlative | afzichtelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afzichtelijk zijn vastgelegd.