afwonen
werkwoord ˈɑfwonə(n)Betekenis
- op een manier in een huis verblijven dat dit huis daarna niet meer geschikt is voor bewoning
- op een grote afstand wonen
Hoe spreek je afwonen uit?
/ˈɑfwonən/
Afwonen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| w | quiz |
| o | boot |
| n | nek |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- lange tijd buiten een stad verblijven historical, unergative
Vervoeging van afwonen
afwonenhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van af bw en wonen ww
Woordfamilie van afwonen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afgewoond | woordvorm | afwonen |
| afgewoonde | woordvorm | afwonen |
| afwone | with-subordinate-clause | afwonen |
| afwonend | woordvorm | afwonen |
| afwonende | woordvorm | afwonen |
| afwoon | with-subordinate-clause | afwonen |
| afwoonde | with-subordinate-clause | afwonen |
| afwoonden | with-subordinate-clause | afwonen |
| afwoont | with-subordinate-clause | afwonen |
| wone af | woordvorm | afwonen |
| wonen af | woordvorm | afwonen |
| woon af | woordvorm | afwonen |
| woonde af | woordvorm | afwonen |
| woonden af | woordvorm | afwonen |
| woont af | woordvorm | afwonen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afwonen zijn vastgelegd.