afstijgen
werkwoordBetekenis
- ergens vanaf gaan m.n. van een paard of ander vervoermiddel
- naar beneden gaan
Vervoeging van afstijgen
afstijgenhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘naar beneden gaan’ voor het eerst aangetroffen in 1561
Woordfamilie van afstijgen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afgestegen | woordvorm | afstijgen |
| afsteeg | with-subordinate-clause | afstijgen |
| afstegen | with-subordinate-clause | afstijgen |
| afstijg | with-subordinate-clause | afstijgen |
| afstijge | with-subordinate-clause | afstijgen |
| afstijgend | woordvorm | afstijgen |
| afstijgende | woordvorm | afstijgen |
| afstijgt | with-subordinate-clause | afstijgen |
| steeg af | woordvorm | afstijgen |
| stegen af | woordvorm | afstijgen |
| stijg af | woordvorm | afstijgen |
| stijge af | woordvorm | afstijgen |
| stijgen af | woordvorm | afstijgen |
| stijgt af | woordvorm | afstijgen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afstijgen zijn vastgelegd.