afpersingszaak
zelfstandig naamwoord ˈɑfpɛrsɪŋsakBetekenis
- rechtszaak betreffende een bedreiging waarbij het slachtoffer geld of goederen moet afstaan aan de dreiger
Hoe spreek je afpersingszaak uit?
/ˈɑfpɛrsɪŋsak/
Afpersingszaak bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| p | pak |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| s | sok |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| a | maan |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afpersingszaken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van afpersing zn en zaak zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van afpersingszaak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afpersingszaken | meervoud | afpersingszaak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afpersingszaak zijn vastgelegd.