afmarcheren
werkwoordBetekenis
- terugtrekken van een militaire eenheid
- weglopen van andere mensen waarbij de achterblijvers blij zijn dat ze weggaan
Vervoeging van afmarcheren
afmarcherenhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van af en marcheren
Woordfamilie van afmarcheren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afgemarcheerd | woordvorm | afmarcheren |
| afgemarcheerde | woordvorm | afmarcheren |
| afmarcheer | with-subordinate-clause | afmarcheren |
| afmarcheerde | with-subordinate-clause | afmarcheren |
| afmarcheerden | with-subordinate-clause | afmarcheren |
| afmarcheert | with-subordinate-clause | afmarcheren |
| afmarchere | with-subordinate-clause | afmarcheren |
| afmarcherend | woordvorm | afmarcheren |
| afmarcherende | woordvorm | afmarcheren |
| marcheer af | woordvorm | afmarcheren |
| marcheerde af | woordvorm | afmarcheren |
| marcheerden af | woordvorm | afmarcheren |
| marcheert af | woordvorm | afmarcheren |
| marchere af | woordvorm | afmarcheren |
| marcheren af | woordvorm | afmarcheren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afmarcheren zijn vastgelegd.