afkoppelen
werkwoordBetekenis
- een deel losmaken van een groter geheel
- het losmaken van een koppeling
Vervoeging van afkoppelen
afkoppelenhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van af en koppelen
Woordfamilie van afkoppelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afgekoppeld | woordvorm | afkoppelen |
| afgekoppelde | woordvorm | afkoppelen |
| afkoppel | with-subordinate-clause | afkoppelen |
| afkoppelde | with-subordinate-clause | afkoppelen |
| afkoppelden | with-subordinate-clause | afkoppelen |
| afkoppele | with-subordinate-clause | afkoppelen |
| afkoppelend | woordvorm | afkoppelen |
| afkoppelende | woordvorm | afkoppelen |
| afkoppelt | with-subordinate-clause | afkoppelen |
| koppel af | woordvorm | afkoppelen |
| koppelde af | woordvorm | afkoppelen |
| koppelden af | woordvorm | afkoppelen |
| koppele af | woordvorm | afkoppelen |
| koppelen af | woordvorm | afkoppelen |
| koppelt af | woordvorm | afkoppelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afkoppelen zijn vastgelegd.